Asbesttoezicht

Vergroting van de veiligheid en verlaging van de kosten bij verwijdering van asbest door minder toezicht waar het kan en meer waar het moet.

Asbestverwijdering is aan strenge regels gebonden vanwege gezondheids- en milieurisico’s. Het is sinds 2005 een landelijke prioriteit bij toezicht en handhaving. Op verzoek van het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft Sggv de casus Asbesttoezicht gerealiseerd. De casus viel samen met de invoering van het Landelijk Asbestvolgsysteem en de vorming van de Regionale Uitvoeringsdiensten.

Knelpunt

Ondernemers die betrokken zijn bij asbestverwijdering, -opslag, -transport en -stort hebben te maken met het toezicht van gemeenten, de Inspectie SZW (voorheen Arbeidsinspectie), de Inspectie Leefomgeving en Transport (voorheen VROM-Inspectie), Certificerende Instanties en Regionale Uitvoeringsdiensten die de naleving van vele, vaak ingewikkelde asbestregels controleren en handhaven.

Risicogestuurd toezicht

De casus Asbesttoezicht heeft zich gericht op risicogestuurd toezicht. Ondernemingen die laten zien dat zij goed naleven, kunnen zich classificeren voor minder intensief toezicht en verminderen daarmee de toezichtlast. Ondernemingen die het minder nauw nemen met de regels, krijgen te maken met intensivering van het toezicht. De casus is uitgevoerd als onderdeel van het Programma Informatie-uitwisseling Milieuhandhaving (PIM). De casus sluit aan bij initiatieven van onder meer de Inspectie SZW en Justitie.

Besparingen

Bij aanvang van de casus bedroegen de administratieve en toezichtlasten in de keten 17,8 miljoen euro per jaar, waarvan ruim 4 miljoen voor het bedrijfsleven en bijna 14 miljoen voor overheden. Hierop is een vermindering met 33% mogelijk tot 12 miljoen in 2015. Op termijn kunnen deze kosten verder worden verminderd tot 5,8 miljoen voor het bedrijfsleven en overheden in totaal. De casus is in december 2012 overgedragen aan de ketenpartners.

Betrokken ketenpartners