Asbestverwijdering veiliger en efficiënter

De partijen die betrokken zijn bij de verwijdering van asbest ervaren een forse regeldruk. Het door ketenpartners met Sggv gerealiseerde Asbestvolgsysteem helpt die druk te verlagen en maakt de verwijderingspraktijk tegelijkertijd veiliger.

Een sluipmoordenaar, zo wordt asbest ook wel genoemd. Het materiaal dat na 1945 op grote schaal in woningen, kantoren, fabrieken en zelfs schepen is verwerkt, bleek zeer schadelijk voor de gezondheid en is sinds 1993 geheel verboden. Maar verdwenen is het nog lang niet en 700 asbestdoden per jaar maken dat pijnlijk duidelijk. Steeds opnieuw duikt asbest op in gebouwen. Rond het verwijderen en afvoeren van asbest is dan ook een hele keten ontstaan van inventariseerders, laboratoria, verwijderaars, instellingen die de voorgaande drie certificeren, de gemeenten, de Arbeidsinspectie en de VROM-inspectie.

Een woningbouwvereniging die bij sloop, verbouwing of regulier onderhoud asbest tegenkomt, moet al jaren een omslachtig traject door. Eerst wordt een inventariseerder ingeschakeld, die op basis van laboratoriumonderzoek een rapport produceert. Dat gaat naar de gemeente voor een vergunningaanvraag, waarna de gecertificeerde verwijderaar aan de slag kan. Er geldt een voortdurende publicatieplicht, er is de mogelijkheid van bezwaar en beroep, en er wordt doorlopend gecommuniceerd met partijen die op de hoogte moeten zijn, waaronder Arbeidsinspectie, certificerende instellingen en de beheerder van de stortlocatie. Die uitwisseling van rapportages, aanvragen, meldingen en goedkeuringen – vaak per fax – levert een forse administratieve lastendruk op. Met name de opdrachtgevers, zoals woningcorporaties, ervaren het verwijderen van asbest al jaren als een omslachtig en bureaucratisch proces.

Regeldruk

In 2006 zijn de woningcorporatiekoepel Aedes, de branchevereniging van asbestverwijderaars VVTB, de Stichting Certificatie Asbest (SCA), het Landelijk Overleg Milieuhandhaving (LOM) en het voormalig ministerie van EZ dan ook een ‘casus asbestverwijdering’ gestart. Zij deden dit samen met het programma ‘Slim geregeld, goed verbonden’ (Sggv) dat ICTU in opdracht van het ministerie van EL&I uitvoert.
Doel was vooral de vermindering van regeldruk en verbetering van de uitwisseling van informatie, tegelijkertijd werd zo meer regie gerealiseerd op de keten als geheel. Juist de opdrachtgevers, de huizenbezitters, stonden centraal in het aanpakken van de ketensamenwerking. Na enkele jaren overleg is het Asbestvolgsysteem als resultaat uit de bus gekomen en in ‘pilot’-vorm getest door een beperkt aantal partijen.
Het Asbestvolgsysteem is een centraal informatiesysteem dat de gebruikers door het proces heen leidt en waarin alle partijen in de keten kunnen achterhalen wat ze moeten weten over een bepaalde asbestzaak. Alle betrokken bedrijven en instanties maken gebruik van dezelfde gegevens. 

Voordeel

Voor al die partijen in de asbestketen geldt: ‘what’s in it for me?’ Een gemeenschappelijke doelstelling – het terugdringen van de regeldruk – is niet voor alle partijen even belangrijk. De uiteindelijke oplossing moest dus ook voor de afzonderlijke partijen duidelijk voordeel hebben, wat hier ook het geval is. De woningcorporaties ervaren een verhoging van de huuropbrengsten door minder leegstand. Dat komt doordat de behandeltijd van de gemeente is verkort van 6 weken naar 1 week.  Bovendien komen gemeenten en corporaties nu gemakkelijker tot werkafspaken, bijvoorbeeld als er een paraplusloopvergunning wordt verstrekt. Met een parapluvergunning kan een vergunninghouder asbest uit meerdere gebouwen verwijderen zonder dat hij voor ieder bouwwerk een afzonderlijke sloopvergunningsprocedure moet doorlopen.

De verwijderingsbedrijven besparen met het systeem op de administratieve lasten omdat de gegevens erin hergebruikt kunnen worden. Voor de toezichthoudende instellingen en de gemeenten is er efficiëntiewinst: de informatie over het verwijderen van asbest is eenduidiger en betrouwbaarder en wordt efficiënter uitgewisseld. En voor alle partijen neemt de regeldruk af. Daarbij komt nog een maatschappelijk belang: sjoemelen wordt moeilijker. Een asbestverwijderaar die niet gecertificeerd is kan in het systeem niet geselecteerd worden. Het proces wordt veiliger en de concurrentie eerlijker.
Eind 2009 is het concept van het Astbestvolgsysteem door Sggv overgedragen aan de ketenpartners, die het waarschijnlijk in 2012 landelijk operationeel zullen hebben. Verplicht wordt het gebruik vooralsnog niet, ondanks het aandringen daarop van een deel van de sector.

Sggv en het gemeenschappelijk belang

Toezicht en regels zijn nodig in de logistiek, het milieudomein, de voedselsector. Diverse ketens van publieke en private partijen in die domeinen ervaren de regeldruk als een last. Bedrijven en instellingen kunnen samen de administratieve rompslomp te lijf. Sggv helpt ze het gemeenschappelijk belang te zien.

Slim geregeld, goed verbonden (Sggv) is een ICTU-programma dat vooral achter de schermen opereert.  Want het gaat vaak om het verenigen van vele actoren – private partijen en overheidsinstanties – met afzonderlijke belangen die in één keten moeten samenwerken.
De rompslomp waar die partijen last van hebben draait steeds om de uitwisseling van informatie die te maken heeft met toezicht en handhaving: meldingen, aanvragen, goedkeuringen, vergunningen, certificaten, coderingen. Elke ketenpartij werkt op zijn eigen manier met een stukje van die informatie dat ook ander partijen nodig hebben.
Het ontwarren van de kluwen van belangen vergt rust en heldere communicatie tussen (soms concurrerende) partijen die – zeker in het begin – verschillende opvattingen kunnen hebben over wat nu werkelijk het probleem is.

Sggv is een neutrale partij die helpt bij het formuleren van een oplossing die voor alle partijen werkbaar en rendabel is. Er moet een businesscase tot stand komen waarin kosten en opbrengsten voor iedereen duidelijk zijn. Doorgaans leidt de samenwerking binnen Sggv tot de ontwikkeling en uitrol van een nieuwe vorm van informatieuitwisseling via bijvoorbeeld een portal of een ‘eLogboek’ (zoals voor de visserij is opgezet). Nadat het concept zich bewezen heeft in een pilotproject moeten de ketenpartijen het zelf overnemen en implementeren.

Met de ketenpartners heeft Sggv inmiddels een achttal casussen gerealiseerd. Op het gebied van onder meer de import van veterinaire goederen, het aanleveren van gegevens bij gevaarlijke ladingen in de binnenvaart, de informatieuitwisseling tussen toezichthouders in de asbestsector, naleving in de rubber- en kunststofindustrie, het toezicht in de vleesketen en in de visserij zijn al resultaten geboekt. Per keten variëren de voordelen. Financiële besparingen bedragen soms 1 miljoen euro per jaar, soms 6 miljoen.  Snellere afhandeling en beter toezicht zijn bijna altijd het resultaat.

Gepubliceerd in 'Lessen van de iOverheid', een uitgave ter gelegenheid van het tienjarige bestaan van ICTU. Auteur Freek Blankena.