Bouwen aan vertrouwen

Jos Goebbels kent de kalversector van alle kanten. In het verleden werkte hij voor de Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (NVWA). Sinds 2009 is hij voorzitter van COV, de branchevereniging voor de vleessector. Hij weet hoe gevoelig de verhoudingen tussen overheid en bedrijfsleven liggen, maar ziet dat de Sggv-casus Toezicht Kalverketen daar een doorbraak in teweeg brengt. Dat heeft veel te maken met het doortastende optreden van de casusmanager, met als resultaat winst voor alle partijen.

Als Jos Goebbels door Sggv wordt benaderd om met de NVWA samen te werken in de casus Toezicht Kalverketen ziet hij direct een grote uitdaging: “Onze branche heeft een haat-liefde verhouding met de overheid, want wij zijn de enige sector in heel Nederland waar permanent een ambtenaar op het bedrijf aanwezig is. De hele dag, dag in dag uit.” Vanwege Brusselse regelgeving houden in elke slachterij minimaal één en vaak meerdere dierenartsen in opdracht van de NVWA toezicht op het slachtproces. Ze keuren elk individueel kalf fysiek: ante mortem en post mortem. De Sggv-casus Toezicht Kalverketen heeft als doel de administratieve lasten van dit toezicht te verminderen, en het toezicht te vernieuwen. Onvermijdelijk erft de casus een deel van het verleden: “In het begin merkte je dat de NVWA en betrokken bedrijven om elkaar heen draaiden. Zo van: vertrouw ik dit wel?”

Toch ziet Goebbels hoe de Sggv-casusmanager met zijn doortastende optreden een beweging weet te creëren: “Hij had veel expertise en dat is een voordeel want wij zijn een sterk kennisgedreven sector. En doordat hij neutraal was en geen eigen belang had binnen de keten werd hij ook door iedereen vertrouwd. Op een bepaald moment zeiden bedrijfsleven én overheid: laten we deze casus nu eens gebruiken om dingen uit het verleden aan de kant te zetten en ergens naartoe toe te werken.” De partijen formuleren duidelijke doelen, zoals het digitaliseren van de voedselketeninformatie op basis waarvan de dierenartsen keuren. “Dat ging heel ouderwets nog op papier”, aldus Goebbels. Er wordt een ICT-toepassing gerealiseerd – Infokalf – en hoe verder de casus vordert hoe meer het wederzijds vertrouwen tussen overheid en bedrijfsleven toeneemt. “We maken er wat van, zo was de sfeer. Dat is een groot gewin nog los van de uitkomst van de casus”.

Maar ook de uitkomst van de casus is uitstekend, constateert Goebbels: “Zo kan de NVWA op basis van de digitale voedselketeninformatie kwalitatief beter keuren, en kunnen de slachterijen informatie over aangeleverde kalveren terugkoppelen aan de kalverhouder. Die weet dan op zijn beurt welke kalveren hij het beste aan de slachterij kan aanleveren.” Daarnaast biedt digitale voedselketeninformatie de opstap naar ‘risicogebaseerd toezicht’, waarbij de NVWA uitgaat van de kwaliteitscontroles van slachterijen zelf in plaats van elk individueel kalf te keuren. Dat scheelt slachterijen geld en maakt het toezicht voor de NVWA efficiënter. “Bovendien wordt er van de dierenartsen dan echte veterinaire kennis gevraagd in plaats van dat hij de opdracht krijgt: ga daar maar de hele dag staan. Het mes snijdt in dat geval aan twee kanten: het bedrijfsleven stoort zich niet meer aan permanent toezicht en dierenartsen gaan fluitend naar hun werk, omdat ze duidelijk zien dat ze nuttig werk doen.”