Een aanpak voor draagvlak

Tijdens de Sggv casus asbestverwijdering ontwikkelen private en publieke partijen samen het Asbest Volgsysteem (AVS). Dat trekt medio 2009 de aandacht van Peter Torbijn, Directeur Veiligheid en Risico’s van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM). Dat kan een systeem zoals het AVS op dat moment zeer goed gebruiken. Als blijkt dat het AVS stapsgewijs door de partijen in de asbestketen is ontwikkeld én al werkt in de praktijk, haakt IenM definitief aan bij de casus. Het ministerie besluit zelfs de opschaling tot een landelijk systeem voor zijn verantwoordelijkheid te nemen.

“IenM is systeemverantwoordelijk voor asbest, maar we zijn eigenlijk geen actor in de keten”, aldus Peter Torbijn. Hij bedoelt dat de wet- en regelgeving over asbestverwijdering deels onder IenM valt, maar dat je het ministerie in de praktijk niet snel tegen zal komen. IenM had zich dan ook aanvankelijk buiten de Sggv casus asbestverwijdering gehouden. Maar in 2009 berichten de media over een aantal incidenten met asbest en verschijnen er bij IenM rapporten die stof doen opwaaien. De politiek gaat zich meer dan voorheen met het asbestdossier bemoeien. “Dat was echt de trigger om ermee aan de slag te gaan”, aldus Torbijn, “de druk uit de media, de politiek en de maatschappij. Dus gingen we rondkijken wat de mogelijkheden van ICT waren om vanuit IenM bij te dragen aan het oplossen van het asbestprobleem.” Toevallig was zo’n ICT-toepassing net ontwikkeld in de Sggv-casus Asbestverwijdering: het Asbest Volgsysteem (AVS). “Wij werden daarop geattendeerd en het leek direct een goed idee.” IenM meldde zich aan de zijlijn van de casus.

Het ministerie constateerde dat de casus stapsgewijs was aangepakt: de publieke en private partijen in de keten asbestverwijdering hadden knelpunten en verbeteringen in kaart gebracht. Met die kennis was het AVS gebouwd, dat was getest in de praktijk en bleek te werken. Er waren bewezen voordelen voor alle ketenpartners: minder administratieve lasten, kortere doorlooptijden, verbeterd toezicht en veiliger werkomstandigheden. Door de stapsgewijze aanpak was er draagvlak gecreëerd. “De aanwezigheid van draagvlak voor zo’n systeem is enorm van belang”, benadrukt Torbijn. “Eigenlijk was er een positieve grondhouding bij alle actoren in die keten. Dat was voor ons als ministerie de basis om door te pakken.” En zo neemt IenM in overleg met de andere ketenpartners de verantwoordelijkheid voor opschaling van het AVS tot het LAVS: het Landelijk Asbest Volgsysteem. De Sggv-casus Asbestverwijdering krijgt daarmee een ideaal vervolg.

“Asbest is nog lang niet het land en de wereld uit”, waarschuwt Torbijn. Maar als het LAVS in 2013 voor alle partijen volledig operationeel is, betekent dat een belangrijke stap in de goede richting. En de betrokkenheid van IenM leidt geen enkele twijfel meer: “Wij werken graag samen met het bedrijfsleven aan het oplossen van het maatschappelijke probleem asbest.” Dat is nog eens systeemverantwoordelijkheid nemen.