Van houtje-touwtje naar regie

Maarten Georgius is senior adviseur opdrachtgeverschap bij Aedes, branchevereniging van woningcorporaties. En precies dat opdrachtgeverschap is voor woningcorporaties een heikel punt als het gaat om asbestverwijdering. De Sggv-casus Asbestverwijdering komt dan ook als geroepen voor Georgius. In de casus vallen allerlei belangen van woningcorporaties perfect op hun plaats.

De 400 woningcorporaties die Aedes als branchevereniging vertegenwoordigt hebben samen 33% van het vastgoed in Nederland in bezit: 2,4 miljoen woningen. In een groot deel zit nog asbest, en de woningcorporaties zijn verantwoordelijk voor de veilige verwijdering daarvan. Geen lichte opgave volgens Maarten Georgius: “Asbestverwijdering voor woningcorporaties is een gefragmenteerd proces, met veel spelers, veel verplichtingen, diverse en omvangrijke wet- en regelgeving. Om dat als woningcorporatie goed te doorlopen moet je een goede opdrachtgever zijn en goed de regie voeren.” Maar het administratieve proces verliep suboptimaal. Woningcorporaties werkten soms nog met faxen, en waren regelmatig op documenten van anderen aan het wachten zonder te weten wat nu de stand van zaken was. Bovendien wisten ze niet altijd goed in welke panden nog asbest zat: “dat werd een soort cartotheek met houtje-touwtje spreadsheets”, aldus Georgius. Het opdrachtgeverschap moest beter, zeker omdat asbest een mediagevoelig onderwerp is met kans op imagoschade als er fouten worden gemaakt.

Woningcorporaties hadden er dus alle belang bij dat asbestverwijdering een sneller en overzichtelijker proces wordt, waardoor ze beter regie kunnen voeren. Aedes doet dan ook graag mee met de Sggv-casus Asbestverwijdering; “een inkopper”, vindt Georgius. Partijen zoals de (bonafide) asbestverwijderingsbedrijven en de Arbeidsinspectie bleken andere, maar ook onmiskenbare, belangen bij ketensamenwerking te hebben. De asbestverwijderaars konden informatie vanuit een eerdere stap in de asbestketen – asbestinventarisatie – hergebruiken. De Arbeidsinspectie ziet het vooral als een opstap om het toezicht op asbestverwijdering slimmer in te richten. Belangrijke succesfactor van de casus vindt Georgius daarom de onafhankelijke casusmanager die alle belangen met elkaar verbindt: “Dat heb je nodig in zo’n casus, iemand die de kar trekt en anderen meekrijgt, die tussen die werelden van publiek en privaat in staat. Een neutraal persoon die zo’n casus van a tot en met z begeleidt.”

De belangen concretiseren zich in de bouw van het Asbest Volgsysteem (AVS); een ICT-toepassing die door een groep voorlopers in de praktijk wordt getest en zijn waarde bewijst. De publiek-private samenwerking is volgens Georgius doorslaggevend voor het succes: “Als de overheid het alleen had gedaan, was het systeem niet geaccepteerd door de sector. Nu het samen is gedaan, is dat wel het geval.” Het resultaat voor woningcorporaties mag er zijn. Ze hebben hun documentatiemanagement op orde, en kunnen proactief aan de slag. Betere regie over het proces, dat ook nog eens sneller gaat.

Op dit moment wordt het AVS landelijk uitgerold. “De grootste uitdaging is nu partijen enthousiast te krijgen. Dat doen we met de 3 c’s van publiek-private samenwerking: communiceren, communiceren en communiceren. Mijn verwachtingen zijn hooggespannen. Ik verwacht dat de hele sector het systeem gaat gebruiken.” Georgius kan immers een systeem promoten waar woningcorporaties alle belang bij hebben.