Vliegwiel voor innovatie

Als plv. Inspecteur-generaal is Freek van Zoeren ervoor verantwoordelijk dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) de komende jaren met inzet van minder ambtenaren een hogere kwaliteit van toezicht en handhaving levert. Dat krijgt hij alleen voor elkaar met innovaties die slimmer en efficiënter toezicht mogelijk maken. De Sggv-casus Toezicht Kalverketen biedt Van Zoeren de gelegenheid die beweging in gang te zetten. Zijn grootste uitdaging: cultuurverandering.

Voor Freek van Zoeren is het klip en klaar: “Wij willen innoveren en wij moeten innoveren”. De reden is tweeledig: “het ambtenarenkorps van de NVWA wordt kleiner. Door bezuinigingen maar ook door natuurlijk verloop. Wil je op een gezonde manier inkrimpen met die arbeidsparticipatie dan moet je innoveren. Maar innoveren geeft ook een hoger niveau van handhaving.” Van Zoeren bekent echter dat innovatie nog niet erg leeft binnen de organisatie: “Er zit behoorlijk wat conservatisme in de dienst. Men heeft zoiets van: wij doen gewoon ons werk conform de (Brusselse) regels en de instructies.” Daarom is de Sggv-casus Toezicht Kalverketen hem uit het hart gegrepen. “Waar overheid en bedrijfsleven in de kalverketen voorheen als tegenstanders tegenover elkaar stonden, werkten we in deze casus samen aan verbetering en vernieuwing van toezicht. Dat geeft mij de kans om intern een vliegwiel in beweging te brengen.”

De casus richt zich voornamelijk op het digitaliseren van voedselketeninformatie, die de NVWA gebruikt om toezicht uit te oefenen. Door meer informatie digitaal beschikbaar te hebben staat de deur naar innovatieve vormen van toezicht open. Ketenkeuring bijvoorbeeld: “Dat betekent simpel gezegd dat als iets in de vorige schakel in orde was, dat in de volgende schakel nog steeds zo is. De vorige schakel garandeert dus de kwaliteit van de volgende schakel.” Het toepassen van ketenkeuring betekent dat de NVWA niet meer elk individueel kalf in een slachterij hoeft te keuren. Er kan worden volstaan met een regelmatige check van de kwaliteitssystemen van bedrijven binnen de keten. En dat maakt volgens Van Zoeren weer een gedifferentieerde handhavingstrategie mogelijk: “Met het bonafide bedrijfsleven kun je een partnership sluiten, en bij het malafide bedrijfsleven is het gewoon een kwestie van hard aanpakken”.

Het zijn precies dit soort innovaties die de NVWA kunnen helpen om met inzet van minder ambtenaren een hogere kwaliteit van toezicht en handhaving te leveren. Maar om dat te bereiken zal er volgens Van Zoeren wel een dubbele cultuurverandering moeten plaatsvinden. Ten eerste moet de NVWA met meer vertrouwen tegen het bedrijfsleven gaan aankijken: “niet de hele kalversector is Hosanna, maar veruit het grootste gedeelte doet z’n stinkende best om zo goed mogelijke producten af te leveren.” Daarnaast moeten ambtenaren van de NVWA ook meer vertrouwen in hun eigen oordeel krijgen: “We moeten de cultuur van alleen beslissen op basis van fysieke waarneming doorbreken en ook op basis van gedigitaliseerde informatie besluiten durven nemen.” Mede door de Sggv-casus is de cultuurverandering op bestuurlijk niveau al ingezet. Nu is de uitdaging om mensen op de werkvloer mee te krijgen. “Dat kan door te informeren, te communiceren, mee te nemen”, aldus Van Zoeren, “maar ook door op een gegeven moment gewoon te zeggen: en dit gaan we nu zo doen.”